Bereken hoeveel box 3-belasting je over 2026 betaalt over je spaargeld, beleggingen en schulden, precies zoals de Belastingdienst het doet. Met een vergelijking met het voorgestelde stelsel op basis van werkelijk rendement.
dat is €21 per maand · je betaalt dit in 2027 via je aangifte
Berekening, stap voor stap
Spaargeld (banktegoeden)€25.000
Beleggingen en overige bezittingen€50.000
Rendementsgrondslag€75.000
Af: heffingsvrij vermogen-€59.357
Grondslag sparen en beleggen€15.643
Forfaitair rendement spaargeld (1,28%)€320
Forfaitair rendement beleggingen (6,00%)€3.000
Forfaitair rendement totaal€3.320
Aandeel grondslag in rendementsgrondslag20,85%
Voordeel uit sparen en beleggen€692
Belasting (36%)€249
Bron: Belastingdienst, berekening box 3-inkomen 2026, peildatum 1 januari 2026. De percentages voor spaargeld en schulden zijn voorlopig; de Belastingdienst stelt ze begin 2027 definitief vast. Vrijstellingen voor contant geld en groene beleggingen zijn niet meegenomen.
Was je werkelijke rendement lager dan €3.320?
Dan kun je met de tegenbewijsregeling belasting betalen over je werkelijke rendement in plaats van het forfaitaire. Daarbij tellen ook ongerealiseerde koersverliezen mee, maar geldt geen heffingsvrij vermogen. Hoe dat werkt staat bij de veelgestelde vragen.
Rekenvoorbeeld: wat als je de helft van je spaargeld belegt?
Als je €12.500 van je spaargeld naar beleggingen verplaatst:
Extra box 3-belasting per jaar
+€44
Verwacht extra rendement na 10 jaar
+€8.588
Rekenvoorbeeld met 7% gemiddeld jaarlijks rendement en 2,5% spaarrente, vóór belasting. Beleggen brengt risico's met zich mee. Je kunt (een deel van) je inleg verliezen.
Heb je crypto?
Crypto telt in box 3 als overige bezitting, net als aandelen en ETF's, en wordt dus met 6,00% forfaitair rendement belast. Tel de waarde op 1 januari op bij ‘Beleggingen’. Meer over crypto en belasting
Verder na je berekening
Vergelijk brokers voor je beleggingen
Je box 3-uitkomst bepaalt niet welke broker bij je past. Kijk ook naar kosten, aanbod en het jaaroverzicht voor je aangifte.
Beleggen brengt risico's met zich mee. Je kunt (een deel van) je inleg verliezen.
Veelgestelde vragen
Een echte vermogensbelasting kent Nederland sinds 2001 niet meer. Wat iedereen zo noemt, is de inkomstenbelasting in box 3: belasting over het inkomen dat de fiscus veronderstelt uit je vermogen. Daaronder vallen spaargeld, beleggingen, crypto en bijvoorbeeld een tweede woning, min je schulden. Je eigen woning en je pensioen tellen niet mee. Je betaalt niet over je werkelijke winst maar over een forfaitair (verondersteld) rendement, tenzij je via de tegenbewijsregeling aantoont dat je werkelijke rendement lager was.
In zes stappen. Eerst het forfaitaire rendement over je hele vermogen: 1,28% over banktegoeden, 6,00% over beleggingen en overige bezittingen, min 2,70% over schulden boven de drempel van €3.800. Dan je rendementsgrondslag (bezittingen min aftrekbare schulden) en daarvan het deel boven het heffingsvrij vermogen van €59.357. Het aandeel van dat deel in je rendementsgrondslag bepaalt welk deel van het forfaitaire rendement wordt belast, tegen 36%. De percentages voor banktegoeden en schulden zijn nog voorlopig; de Belastingdienst stelt ze begin 2027 definitief vast. Het forfait voor beleggingen zou volgens het Belastingplan 2026 naar 7,78% gaan, maar de Tweede Kamer heeft dat op 27 november 2025 teruggedraaid.
De peildatum is 1 januari 2026. Je vermogen op die dag bepaalt je box 3-inkomen over heel 2026, ook als je vermogen daarna verandert. Schuif je in de drie maanden rond de peildatum tijdelijk beleggingen naar spaargeld, of ga je tijdelijk een schuld aan, alleen om minder belasting te betalen? Dan kijkt de Belastingdienst daar doorheen. Dat heet peildatumarbitrage.
Na het arrest van de Hoge Raad van 6 juni 2024 mag je aantonen dat je werkelijke rendement lager was dan het forfaitaire rendement. Dan betaal je belasting over dat werkelijke rendement. Dat doe je met het formulier Opgaaf werkelijk rendement van de Belastingdienst. Let op de rekenregels: het werkelijke rendement gaat over je hele vermogen, telt ook ongerealiseerde koerswinst en -verlies mee, kent geen heffingsvrij vermogen, en kosten mag je niet aftrekken (behalve rente op box 3-schulden). De regeling geldt vanaf belastingjaar 2021 voor iedereen, en voor 2017 tot en met 2020 als je op tijd bezwaar maakte of je aanslag nog niet vaststond.
De Wet werkelijk rendement box 3 vervangt het forfait door belasting over je werkelijke rendement: rente, dividend en huur, plus de waardeverandering van je beleggingen, ook als je niet verkoopt (vermogensaanwas). Vastgoed en aandelen in startups worden pas bij verkoop belast (vermogenswinst). Het tarief is 36%, met een heffingsvrij resultaat van €1.800 per persoon; een verlies boven €500 mag je onbeperkt verrekenen met latere jaren. De Tweede Kamer nam het voorstel aan op 12 februari 2026. De Eerste Kamer heeft de stemming op 30 juni 2026 aangehouden, omdat het kabinet een aangepaste versie aankondigde die meer richting een vermogenswinstbelasting gaat. Het kabinet streeft naar invoering per 1 januari 2028, maar zeker is dat niet.
Ja, iedereen heeft in 2026 een heffingsvrij vermogen van €59.357. Met een fiscaal partner is dat samen €118.714. Blijft je rendementsgrondslag (bezittingen min aftrekbare schulden) daaronder, dan betaal je geen box 3-belasting.
Binnen de regels wel. Benut het heffingsvrij vermogen van je fiscaal partner. Schulden boven de drempel van €3.800 verlagen je grondslag. Groene beleggingen zijn tot €26.715 per persoon vrijgesteld (2026). En was je werkelijke rendement lager dan het forfaitaire, dan kun je de tegenbewijsregeling gebruiken. Lees meer in ons artikel over box 3-belasting besparen.
Wij gebruiken analytische cookies om te meten hoe de site wordt gebruikt. Die plaatsen wij alleen met uw toestemming. Kiest u voor alleen noodzakelijk, dan wordt er niets geplaatst en werkt de site gewoon. Meer hierover leest u in ons cookiebeleid.