Beleggingswoordenboek
50 begrippen die je tegenkomt bij het kiezen van een broker, een ETF of een spaarrekening. Elk begrip met een rekenvoorbeeld, wat het betekent voor jou in Nederland en de bronnen die we gebruikten.
Basis van beleggen
De begrippen die je nodig hebt om te beginnen: aandelen, rendement, spreiding en je beleggingsrekening.
- AandeelEen stukje eigendom van een bedrijf, met recht op een deel van de winst en meestal stemrecht in de aandeelhoudersvergadering.
- BrokerOnderneming met vergunning die als tussenpersoon je beleggingsorders naar de beurs brengt en je aandelen, ETF's en andere effecten bewaart.
- DiversificatieHet spreiden van je vermogen over bedrijven, sectoren, regio's en beleggingscategorieën om de schade van één slechte belegging te beperken.
- DividendEen uitkering uit de winst van een bedrijf of fonds aan zijn aandeelhouders, per aandeel betaald in geld of in nieuwe aandelen.
- EffectenrekeningRekening bij een bank of broker waarop je aandelen, ETF's, obligaties en andere effecten worden geadministreerd, los van je geldrekening.
- Fractionele aandelenEen deel van één aandeel of ETF-stuk, waarmee je voor een vast bedrag in euro's belegt in plaats van per heel stuk.
- Periodiek beleggenOp vaste momenten steeds hetzelfde bedrag beleggen, los van de koers van dat moment; internationaal bekend als dollar-cost averaging (DCA).
- RendementDe opbrengst van een belegging of spaargeld als percentage van je inleg, opgebouwd uit koerswinst of -verlies en uitkeringen zoals dividend of rente.
- RisicoprofielDe inschatting van hoeveel beleggingsrisico bij je past, op basis van je doel, je horizon, je financiële ruimte en hoe je met verlies omgaat.
- Samengestelde renteHet effect waarbij je rente of rendement ontvangt over je inleg plus alle eerder bijgeschreven rente of rendement, waardoor je vermogen steeds sneller groeit.
ETF's en fondsen
Hoe ETF's en indexfondsen werken, wat ze kosten en waar je op let bij het kiezen.
- Accumulerend of distribuerendHet dividendbeleid van een fonds: accumulerend betekent dat ontvangen dividend wordt herbelegd, distribuerend dat het periodiek aan beleggers wordt uitgekeerd.
- BeleggingsfondsGezamenlijk vermogen van veel beleggers dat een fondsbeheerder volgens een vast beleid belegt; jouw deel daarin heet een participatie.
- DividendlekkageBuitenlandse belasting op dividend die een fonds betaalt en niet kan terugkrijgen, waardoor je rendement lager uitvalt zonder dat je het ziet.
- ETFEen beursgenoteerd beleggingsfonds dat meestal een index volgt, zodat je met één aankoop in een heel mandje aandelen of obligaties belegt.
- Fysieke of synthetische ETFDe twee manieren waarop een ETF een index volgt: door de effecten zelf te kopen (fysiek) of via een ruilcontract met een bank (synthetisch).
- IndexfondsEen beleggingsfonds dat de samenstelling van een beursindex nabootst in plaats van zelf beleggingen te kiezen, zodat het rendement dicht bij de index blijft.
- TER (lopende kosten)De jaarlijkse kosten van een fonds als percentage van het vermogen, die de beheerder uit het fonds haalt en jij via de koers betaalt.
- UCITSEuropese richtlijn met regels voor risicospreiding en bewaring; een beleggingsfonds dat eraan voldoet, mag met één vergunning in de hele EU worden verkocht.
Kosten
Wat je betaalt voor beleggen: transactiekosten, bewaarloon, spread en valutakosten.
- BewaarloonDe vergoeding die een bank of broker rekent voor het bewaren en administreren van je beleggingen, meestal een percentage per jaar.
- SpreadHet verschil tussen de prijs waarvoor je een belegging direct kunt kopen en de prijs waarvoor je haar direct kunt verkopen.
- TransactiekostenDe kosten die je betaalt voor elke aan- of verkoop van een belegging: een vast bedrag, een percentage of een combinatie daarvan.
- ValutakostenDe prijs die je betaalt wanneer je broker euro's omzet in een andere munt, als opslag op de wisselkoers of als apart percentage.
Belasting
Box 3, dividendbelasting en buitenlandse bronbelasting, met de cijfers van dit jaar.
- Box 3Het deel van de Nederlandse inkomstenbelasting dat spaargeld, beleggingen en ander vermogen belast op basis van een vast verondersteld rendement.
- BronbelastingBelasting die een buitenlandse overheid al inhoudt op je dividend of rente uit dat land, voordat het geld op je rekening staat.
- DividendbelastingEen Nederlandse heffing van 15% op uitkeringen van hier gevestigde bedrijven en fondsen, die je als voorheffing verrekent met je inkomstenbelasting.
- TegenbewijsregelingManier om aan te tonen dat je vermogen minder opbracht dan het forfait, zodat de Belastingdienst box 3 over het lagere, werkelijke rendement berekent.
Orders en handelen
Ordertypes, stop-losses en actief handelen: hoe je aan- en verkopen doorgeeft.
- DaytradenEen handelsstijl waarbij je beleggingen koopt en verkoopt binnen één beursdag, om te verdienen aan korte koersbewegingen.
- LimietorderEen order met een prijsgrens: je koopt niet boven en verkoopt niet onder het bedrag dat je zelf instelt.
- Short gaanEen beleggingspositie waarmee je verdient als een koers daalt, bijvoorbeeld door geleende aandelen te verkopen en later goedkoper terug te kopen.
- Stop-loss orderEen order die pas in werking treedt als de koers jouw stopkoers raakt en dan als marktorder wordt uitgevoerd, meestal om verlies te beperken.
Hefboomproducten
Turbo's, opties en CFD's: producten waarmee je winst en verlies vergroot.
- CFDEen derivaat waarmee je met een kleine marge inspeelt op stijgende of dalende koersen, zonder de onderliggende waarde zelf te bezitten.
- HefboomBeleggen met een grotere positie dan je eigen geld, via een lening of een derivaat, zodat winst en verlies op je inleg groter uitvallen.
- OptiesEen contract dat de koper voor een premie het recht geeft een belegging tot een einddatum tegen een vaste prijs te kopen of verkopen.
- TurboVerhandelbaar schuldbewijs van een bank waarmee je met een kleine inleg versterkt meebeweegt met een koers, tot een ingebouwde stop-loss de turbo beëindigt.
Sparen en obligaties
Deposito's, obligaties en geldmarktfondsen: rente op je geld met weinig koersrisico.
- DepositoSpaargeld dat je voor een afgesproken looptijd bij een bank vastzet, met een vaste rente en meestal zonder mogelijkheid om tussentijds op te nemen.
- GeldmarktfondsBeleggingsfonds dat belegt in zeer kortlopende leningen aan banken, overheden en bedrijven, met een rendement dat ongeveer de korte rente volgt.
- ObligatieEen schuldbewijs waarmee je geld leent aan een overheid of onderneming, in ruil voor rente en terugbetaling van de hoofdsom, meestal op een vaste datum.
Toezicht en bescherming
Wie toezicht houdt op je broker en hoe je geld en beleggingen beschermd zijn.
- AFMNederlandse gedragstoezichthouder die vergunningen verleent aan financiële ondernemingen en controleert of die eerlijk met klanten en markten omgaan.
- BeleggerscompensatiestelselVangnet van DNB dat tot €20.000 per belegger vergoedt wanneer een failliete bank of broker jouw geld of effecten niet kan teruggeven.
- DepositogarantiestelselDe wettelijke regeling die je tegoeden bij een bank tot €100.000 per persoon per bank vergoedt als die bank failliet gaat.
- DNBDe Nederlandse centrale bank, die meewerkt aan het Europese rentebeleid, bewaakt of financiële instellingen gezond zijn en de depositogarantie uitvoert.
- MiCAEuropese verordening die regels stelt voor uitgevers van crypto en stablecoins en een vergunning eist van bedrijven die cryptodiensten aanbieden.
- Uitlenen van effectenHet tijdelijk overdragen van aandelen of obligaties aan een lener, die onderpand stelt, een vergoeding betaalt en later gelijkwaardige effecten teruglevert.
Markt en analyse
Indexen, waardering en marktbewegingen: hoe je koersen en bedrijven beoordeelt.
- AEXGraadmeter van Euronext voor de Amsterdamse beurs: de koersontwikkeling van de dertig grootste genoteerde bedrijven, gewogen naar hun vrij verhandelbare beurswaarde.
- DividendrendementHet dividend dat een aandeel of fonds in een jaar uitkeert, uitgedrukt als percentage van de huidige koers.
- InflatieHet tempo waarin het algemene prijspeil stijgt, waardoor geld minder waard wordt; in Nederland gemeten door het CBS, in de eurozone bewaakt door de ECB.
- Koers-winstverhoudingWaarderingsmaatstaf voor aandelen: de beurskoers gedeeld door de winst per aandeel, gemeten over het afgelopen jaar of op basis van verwachtingen.
- MarktkapitalisatieDe totale beurswaarde van een bedrijf: de koers van één aandeel vermenigvuldigd met het aantal uitstaande aandelen.
- Technische analyseEen methode die uit koersgrafieken, patronen en handelsvolumes probeert af te leiden waar een koers heen gaat, los van de bedrijfscijfers.
Crypto
Wallets, staking en stablecoins: de begrippen die je tegenkomt bij een crypto exchange.
Korte begrippen
Woorden die je tegenkomt, maar die geen eigen pagina nodig hebben.
- Altcoin
- Elke cryptomunt behalve bitcoin, zoals ether, solana of XRP. Het woord zegt niets over kwaliteit of risico: er zijn grote, veelgebruikte altcoins en duizenden kleine munten zonder echt gebruik.
- Fundamentele analyse
- Een bedrijf beoordelen op zijn cijfers: omzet, winst, schulden en groei, om te schatten wat een aandeel waard is. Het tegenovergestelde van technische analyse, die alleen naar koersgrafieken kijkt. Wat is de koers-winstverhouding?
- Gas fees
- De transactiekosten op een blockchain zoals Ethereum, betaald aan het netwerk en niet aan je exchange. Ze stijgen als het druk is op het netwerk en je betaalt ze bijvoorbeeld als je crypto naar een eigen wallet stuurt. Wat is een wallet?
- HODL
- Crypto-slang voor lang vasthouden en niet verkopen bij koersdalingen. Het begon als een tikfout voor "hold" op een forum in 2013. Wat is periodiek beleggen?
- IPO (beursgang)
- Het moment waarop een bedrijf voor het eerst aandelen op de beurs aanbiedt. Particulieren kunnen soms via hun broker inschrijven; de koers kan na de eerste handelsdag sterk schommelen. Wat is een aandeel?
- NFT
- Een non-fungible token: een uniek digitaal bewijs van eigendom op een blockchain, bijvoorbeeld van digitale kunst. Anders dan bij bitcoin is elk exemplaar anders, waardoor de waarde moeilijk te bepalen is en je het lastig verkoopt.
Alle begrippen van A tot Z
D